‘VIMP-subsidie stimulans voor het leren praten over levensvragen’

Zorgverleners leren praten over zingeving met patiënten in de palliatieve fase en hun naasten. Dat was het doel van een ZonMw-project dat spirituele zorg wil inbedden in de reguliere zorgverlening. ‘Het gaat erom dat je er voor iemand bent, luistert en juist even níét iets doet.’ De resultaten vinden hun weg in de praktijk, onder meer met een VIMP-subsidie van ZonMw.

Levensvragen, zingeving, spiritualiteit. Het zijn termen die doen denken aan godsdienst of geloven. Maar het gaat om veel meer dan religie alleen. Als het levenseinde nadert, komen levensvragen voor mensen vaak meer op de voorgrond. Aandacht daarvoor is dan nog belangrijker dan in het ‘gewone’ leven. Hoe kunnen zorgverleners goed aansluiten op deze behoefte van patiënten en hun naasten? Ligare, het regionale consortium palliatieve zorg in de vier noordelijke provincies, heeft met het project ‘Als niet alles is wat het lijkt’ een impuls gegeven aan het inbedden van spirituele zorg in het dagelijks werk van zorgverleners.

Vooral doeners

Projectleider An Reyners, internist-oncoloog aan het UMCG en hoogleraar palliatieve geneeskunde: ‘Zorgverleners zijn vaak onzeker hoe ze met patiënten en naasten over zingeving kunnen beginnen.

Artsen en verpleegkundigen zijn vooral doeners, gericht op handelen.’ Toch, zegt Reyners, voelen veel zorgverleners goed aan dat mensen behoefte hebben om ook over andere dingen te praten dan de volgende stap in de medische behandeling. Zeker als het einde dichterbij komt.

Resultaten

image

Helpen door te luisteren

Reyners: ‘Een deel van de onzekerheid zit erin dat zorgverleners het liefst een duidelijk antwoord hebben, een oplossing. Maar juist bij zingevings­vragen ís er vaak geen oplossing. En ook dan kun je mensen heel goed helpen, namelijk door te luisteren, er voor iemand te zijn, en juist even níét iets te doen. Patiënten vertellen in het onderzoek dat zorgverleners de tijd nemen om naar hen te luisteren en dat ze daardoor hun verhaal kunnen en willen doen. Ze geven aan dat er echt contact is, waardoor ze makkelijker kunnen aangeven welke wensen zij nog hebben.’

De tijd nemen

Sietske Blokzijl is regieverpleegkundige op de KNO-afdeling van het UMCG. Vanuit haar werk met mensen die bijvoorbeeld kanker hebben in het hoofd-halsgebied, herkent ze wat Reyners zegt. ‘In ons werk moet je ook gewoon heel veel handelingen verrichten. De werkdruk is hoog en dat weerhoudt je er soms ook van even rustig de tijd te nemen. En iemand te vragen wat hem of haar bezighoudt, te vragen wat voor de patiënt en de naasten vooral belangrijk is. Mijn ervaring is dat wat je daarin investeert, zich juist “terugverdient”. Er ontstaat vertrouwen, en van daaruit kom je veel makkelijker in gesprek over zingeving.’

Er voor elkaar zijn

Ellen de Groot, hoofdverpleegkundige op de KNO-afdeling, herkent de onzekerheid bij zorgverleners. ‘Het is voor sommigen ook best eng om over heel persoonlijke dingen te praten. Komt het niet te dichtbij? Raakt het niet te veel aan heel diepe emoties? Op onze afdeling hebben we daar veel aandacht voor gehad, door er ook onderling over te praten.

We hebben speciale koffiemomenten georganiseerd en samen casussen besproken. Als je met spiritualiteit aan de slag gaat, moet je er als collega’s ook voor elkáár zijn, en willen openstaan voor andermans emoties.’

Digitale leeromgeving

Blokzijl is erg enthousiast over de digitale leeromgeving van het project, die zorgprofessionals handvatten geeft om vragen en dilemma’s rond zingeving te herkennen en te begeleiden. ‘Het is veel informatie, maar de teksten zijn pakkend en er zitten ook goede suggesties in om de theorie in je eigen praktijk toe te passen. Voor mij is de belangrijkste opbrengst een bewustwordingsproces, zowel persoonlijk als binnen het team. Dus dat je je met zijn allen ervan bewust wordt dat je een rol hebt in het gesprek aangaan over zingeving.’ De Groot is positief over het bijkomende effect op de teamontwikkeling. ‘Door met elkaar over spiritualiteit te praten, krijgt de onderlinge uitwisseling veel meer diepgang. Dat heeft een heel mooie invloed op hoe de mensen in het team met elkaar omgaan.’

Hugo en An

Oogcontact maken

In het project was een grote rol weggelegd voor de zogeheten implementatieduo’s. In de meeste gevallen ging het om een verpleegkundige en een geestelijk verzorger, die samen de rol van coach en trainer in het team op zich namen. Blokzijl: ‘Wij hebben het zelfs met zijn drieën gedaan; twee mensen van de afdeling plus de geestelijk verzorger. We konden elkaar mooi aanvullen. De geestelijk verzorger zat vooral op het zingevingsstuk, wij brachten het praktische deel in. Wat ik vooral heb geleerd is dat rust heel belangrijk is. Het begint al met hoe je bij een patiënt binnenstapt. Ga je meteen op je computer kijken – we moeten immers ook veel registreren – of maak je bewust eerst oogcontact? Als je dat laatste doet, heb je meteen een heel andere uitwisseling.’

Gewoon met elkaar praten

Uit de evaluatie van het implementatieproces blijkt dat aandacht voor zingeving en scholing – inclusief ‘coaching-on-the-job' – zorgverleners helpt om daadwerkelijk aandacht te geven aan spiritualiteit. Reyners: ‘Op de KNO-afdeling hebben we op deze manier veel bereikt.

Onlangs heeft de raad van bestuur ons gevraagd de aanpak ook op andere afdelingen van het UMCG te introduceren. Pasgeleden nog heeft Sietske de interne scholing voor een groep – deels nieuwe – collega’s op de afdeling herhaald. Dat is mooi voor de continuïteit.’

Kwetsbaar durven zijn

Zingeving krijgt intussen steeds meer een vaste plek op de werkvloer van het UMCG. Hayo Schultink, sectordirecteur Langdurige zorg en vaten, zet daar met geestelijk verzorgers en verpleegkundige teams de schouders onder. ‘Uit onderzoek is bekend dat 83 procent van de patiënten zingeving belangrijk vindt in het ziekteproces. Als je daaraan gaat werken, ontdek je dat professionals het soms een moeilijk onderwerp vinden. De digitale leerwerkplaats blijkt dan een goed hulpmiddel.’ Verpleegkundigen vertellen Schultink dat patiënten zich meer gezien en gehoord voelen als mens. En het praten over zingeving levert mooie bijvangst op in de teams. ‘Medewerkers vinden het plezierig als een collega vraagt wat zíj nu belangrijk vinden. We merken dat teamleden zich kwetsbaarder durven opstellen, opener kunnen zijn.’

Indrukwekkende leeromgeving

Op 15 november 2019 ontving An Reyners (UMCG) namens haar projectteam een ZonMw Parel voor ‘Als niet alles is wat het lijkt’. Dat gebeurde tijdens de 25e Oncologiedagen van Nederland en Vlaanderen. Het project kreeg een Parel omdat een indrukwekkende digitale leerwerkplaats is opgeleverd om bij zorgverleners de aandacht voor zingeving te verbeteren. Er is duidelijk behoefte aan praktische ondersteuning bij zingevingsvragen in de (palliatieve) zorg; organisaties elders in Nederland tonen veel belangstelling om met de leerwerkplaats aan de slag te gaan. Met deze aanpak is de implementatie van de herziene richtlijn ‘Zingeving en spiritualiteit in de palliatieve fase’ volgens ZonMw op een voortreffelijke manier gefaciliteerd.

Op koffiepauze

Intussen is er veel aandacht voor het onderhouden van de resultaten. Schultink: ‘Geestelijk verzorger Thijs Hoogeveen schuift elke paar weken aan bij een koffiepauze op de afdelingen. Met prikkelende stellingen haalt hij elementen uit de training terug en koppelt die aan de omgang met zingevingsbehoeften van patiënten. Die koffiemomenten zijn belangrijk voor de reflectie.’ Schultink en zijn mensen willen het programma uitbreiden naar nog eens 10 afdelingen, met als einddoel alle 40 verpleegafdelingen van het UMCG. Ook zijn er ideeën om op elke afdeling een zogeheten ‘aandachtsvelder zingeving’ aan te stellen, naar analogie van de bestaande aandachtsvelders voeding of wondzorg, die ervoor zorgen dat hun thema steeds aandacht houdt.

Vervolgstappen zetten

Er zijn natuurlijk ook belemmeringen, zegt Schultink desgevraagd. Met name tijd en geld zijn schaars. Maar de kracht zit in de meerwaarde die je kunt toevoegen, en dat maakt investeringen volgens hem toch mogelijk. Voor de verdere verspreiding naar andere zorgorganisaties heeft het team van Reyners bij ZonMw intussen een vervolgsubsidie kunnen krijgen. Met deze zogeheten Verspreidings- en Implementatie Impuls (VIMP) kunnen een paar belangrijke vervolgstappen worden gezet, zegt ze. ‘De leerwerkplaats is inmiddels voor iedereen toegankelijk (zie kader, red.). Met de VIMP kunnen we nu gaan werken aan een formele accreditatie voor de nascholing van professionals.’

Effecten onderzoeken

Maar daar blijft het niet bij, vervolgt Reyners: ‘We gaan 20 implementatie­duo’s opleiden met een train-de-trainer-sessie, zodat zij de leerwerkplaats kunnen implementeren in hun eigen organisatie. In de training is ook aandacht voor implementatiestrategieën om zingeving binnen het zorgproces te integreren.’ De VIMP maakt het bovendien mogelijk om vervolgonderzoek naar de effecten van de aanpak te doen, besluit Reyners. ‘Voor dat onderzoek gebruiken we de vragenlijst Zin- en betekenisgeving in de zorg van de Patiëntenfederatie Nederland.

Zo willen we nagaan of patiënten daadwerkelijk ondervinden dat zorgverleners na de scholing meer aandacht besteden aan de spirituele dimensie. Want uiteindelijk gaat het erom dat de patiënt en zijn of haar naasten er beter van wordt. En over de levensvragen kunnen praten die naar voren komen in een heftige fase van hun leven.’