PaTz-groepen ontwikkelen zich tot grote steun voor patiënten

In een PaTz-groep bespreken huisartsen en verpleegkundigen, met begeleiding van een consulent of kaderarts, de zorg voor mensen die in die regio palliatieve zorg nodig hebben. Diverse nieuwe initiatieven verhogen de kwaliteit van hun samenwerking. Zoals de ontwikkeling van een applicatie om palliatieve zorg te markeren, bijeenkomsten waarop PaTz-groepen van elkaar kunnen leren en een voorzitterscursus.

Eerder anticiperen op zorgvragen waardoor onnodige ziekenhuisopnames voorkomen worden, patiënten een veilig gevoel geven omdat zorgverleners samen alerter zijn en eigen emoties kunnen delen. Dat zijn belangrijke redenen om deel te nemen aan een PaTz-groep, blijkt uit een behoefte-inventarisatie onder huisartsen, verpleegkundigen, geestelijk verzorgers en vrijwilligers. Met online vragenlijsten en focusgroepen werden zij gevraagd hoe de palliatieve zorg beter kan en hoe PaTz daaraan kan bijdragen. Het overgrote deel vindt PaTz-groepen van toegevoegde waarde voor zorg in de laatste levensfase. Betere communicatie en samenwerking noemen zij essentieel voor de palliatieve zorg, en verdere ontwikkeling van PaTz draagt daar volgens hen aan bij.

Leren van elkaar

Een PaTz groep bestaat uit 6-10 huisartsen en 2-4 wijkverpleegkundigen die lokaal zes keer per jaar bij elkaar komen. Zij worden begeleid door een inhoudelijk deskundige palliatieve zorg, dat kan een kaderhuisarts palliatieve zorg zijn of een consulent palliatieve zorg. De initiatiefnemers van stichting PaTz, die participeert in de coöperatie Palliatieve Zorg Nederland, raden aan dat deze inhoudelijk deskundige eenmalig de voorzitterscursus van 2 dagdelen volgt. Ook is het belangrijk dat deelnemers voor iedere bijeenkomst zelf patiënten aanleveren ter bespreking. Huisartsen die een PaTz-groep willen starten krijgen als advies een enthousiaste wijkverpleegkundige te zoeken, en andersom. Een overzicht van de netwerken palliatieve zorg staat op de website van Fibula.

De behoefte-inventarisatie en de verdere ontwikkeling van PaTz vormen het ZonMw-project Further development of PaTz as an instrument for improving palliative care in the primary care setting. De suggesties van zorgverleners voor verbetering van PaTz zijn ter harte genomen, zegt initiatiefnemer en huisarts Bart Schweitzer. ‘We leerden bijvoorbeeld van het inventariseren van verschillende soorten PaTz-groepen’, zegt hij. ‘We keken naar overeenkomsten en verschillen tussen PaTz-groepen die net beginnen, groepen die samenwerken met hospices (Cirkelteams) en PaTz-groepen die gebruikmaken van de PaTz-portal.’ De PaTz-portal is een beveiligde web-based applicatie waarmee zorgverleners gegevens, diagnoses en adviezen kunnen vastleggen. Met een kleurensysteem krijgen ze inzicht in de urgentie van palliatieve zorgbehoeften van patiënten.



PaTz-portal

Werken met de portal helpt de palliatieve fase zorgvuldig te markeren, zeiden zorgverleners in de behoefte-inventarisatie. En op tijd markeren is heel belangrijk voor de patiënt, benadrukt Schweitzer. ‘Het risico op belastende ziekenhuisopnames in de laatste levensfase wordt kleiner. En als een patiënt toch opgenomen moet worden, wil je natuurlijk niet dat midden in de nacht nog in paniek moet worden uitgezocht welke medicatie nodig is. Door te markeren heb je alles paraat voor als de gezondheid van de patiënt ineens plotseling verslechtert.’ Eén van de nieuwste initiatieven naar aanleiding van de behoefte-inventarisatie is gericht op het toegankelijker maken van het werken met de PaTz-portal. Daarvoor zijn een factsheet en instructiefilmpjes gemaakt. Deelnemers aan de PaTz-groepen leren bijvoorbeeld hoe ze de portal kunnen gebruiken als ze onvoldoende zicht hebben op een casus. Voorzitters leren hoe ze met de portal vergaderingen kunnen plannen en verslagen kunnen maken.

Inspiratiebijeenkomsten en voorzitterscursus

PaTz-groepen kunnen zeker als ze net starten een steuntje in de rug goed gebruiken, was een andere conclusie uit het onderzoek. Daarom zijn er in meerdere regio’s inspiratiebijeenkomsten genaamd ‘PaTz op de plaats’ georganiseerd, waar deelnemers van verschillende PaTz-groepen elkaar tips gaven. Zoals: samenwerken met palliatieve teams in het ziekenhuis, welke films je kunt gebruiken voor bewustwording en ook leren van ervaringen met patiënten die al zijn overleden. De inspiratiebijeenkomsten zijn positief ontvangen en meerdere deelnemers vroegen of er vaker zo’n bijeenkomst georganiseerd kan worden, zegt Schweitzer. ‘En dat gaan we ook zeker doen.’ Een ander voorbeeld van een verbetering naar aanleiding van de behoefte-inventarisatie is de voorzitterscursus. Deze cursus is voor huisartsen en verpleegkundigen die (plaatsvervangend) voorzitter zijn van een PaTz-groep of er 1 willen oprichten. Huisartsen kunnen er 8 accreditatiepunten voor krijgen, verpleegkundigen krijgen na afronding een certificaat. De cursus is erkend als EKC-vervolgcursus en nascholing voor kaderhuisartsen palliatieve zorg. Inschrijven kan op patz.nu.

Resultaten

  • Houd voor het kiezen van de werkwijze voorje eigen PaTz-groep rekening met debehoeften en mogelijkheden in je regio. Leerzaam is mogelijk de doorontwikkeling naar een specifieke PaTz-methodiek in Rotterdam, daarvoor is deze handreiking beschikbaar.
Tip 1

De voorzitterscursus kwam er omdat deelnemers aan PaTz-groepen benadrukten dat een goed getrainde voorzitter nodig is voor het effectief bespreken van complexe casuïstiek. En om aan te voelen wat de individuele deelnemers nodig hebben. Schweitzer geeft van dat laatste een voorbeeld uit de PaTz-groep waar hij voorzitter van is. ‘Ik merkte dat een collega die voor het eerst kwam opvallend stil was en zei dat tegen hem. Toen vertelde hij dat hij op zijn opleiding maar 3 palliatieve patiënten had gehad, en niet wist wat hij kon toevoegen aan het overleg. Als groep word je dan nog scherper op het begeleiden van deze minder ervaren arts. Maar je moet dus wel eerst weten waar een deelnemer behoefte aan heeft, en daarvoor is de voorzitter belangrijk.’ Kaderhuisarts palliatieve zorg David Fortuin is voorzitter van een PaTz-groep, en herkent het belang van geschoold zijn als voorzitter. ‘Huisartsen zitten vaak in hun eigen cocon, voor hen en dus ook voor hun patiënten is het fijn als zij de kennis van verpleegkundigen kunnen benutten.

Bijvoorbeeld omdat verpleegkundigen haarfijn aanvoelen hoe patiënten en naasten te benaderen, en je nooit alles wat je moet weten in een boek kunt lezen. Maar de kennis van alle deelnemers benutten lukt alleen als de voorzitter iedereen stimuleert het woord te nemen.’

De veilige omgeving waarin iedereen zijn of haar gedachten kan inbrengen heeft in de PaTz-groep waar Fortuin in zit al veel verrijkende gesprekken opgeleverd. ‘We hebben bijvoorbeeld van gedachten gewisseld over versterven, het natuurlijke proces dat optreedt als een patiënt in de terminale fase geen vocht en voedsel meer krijgt toegediend.

Dat is ook in het belang van patiënten, want je krijgt beter zicht op wat de mogelijkheden zijn in de terminale zorg, en kunt deze dus ook beter aan hen uitleggen. Bovendien is een ziekenhuisopname in de laatste maand van het leven meestal heel belastend, niet alleen voor de patiënt maar ook voor de naasten. Door samen zo gestructureerd te overleggen als in een PaTz-groep, zien zorgverleners eerder aankomen wat nodig is. Waardoor zo’n opname voorkomen kan worden.’

Steun geestelijk verzorger

Nog een behoefte van PaTz-groepen die Fortuin herkent is het beter aansluiten bij vragen van patiënten rondom zingeving en spiritualiteit. ‘Een bijdrage van een geestelijk verzorger lijkt me bijvoorbeeld heel waardevol, omdat patiënten in de laatste levensfase kunnen worstelen met zingevingsvragen. Niet alleen religieuze vragen maar ook bijvoorbeeld “Waarom overkomt mij dit”. Ik zou graag meer willen weten over hoe je zo’n vraag herkent en hoe je vervolgens steun verleent.’

De samenwerking tussen huisartsen en verpleegkundigen enerzijds en geestelijk verzorgers anderzijds is nog niet optimaal, bleek uit de inventarisatie. Daarom liep in 2019 vanuit het VUmc in Amsterdam de pilot ‘Luister­spreekuren’ in 3 PaTz-groepen. Geestelijk verzorgers hielden spreekuur en gingen op huisbezoek, gaven huisartsen en verpleeg­kundigen scholing en waren aanwezig op PaTz-bijeenkomsten. Voor de artsen en verpleeg­kundigen werd duidelijker met welke zingevingsvragen patiënten en naasten vooral kunnen worstelen, hoe deze te herkennen en welke steun het meest waardevol is.

Ook patiënten en naasten werden gevraagd naar hun ervaringen met het luisterspreekuur, zij haalden er veel kracht uit. Patiënten waardeerden bijvoorbeeld hoe gelijkwaardig en betrokken er geluisterd werd door de geestelijk verzorger. Een naaste omschreef het als ‘een zachte manier om het over verlies te hebben, zonder dat er een kaartje aan hangt. Dat vond ik heel fijn.’ In het verslag van de pilot is ook een draaiboek opgenomen voor zorgverleners die zelf met geestelijk verzorgers zo’n luisterspreekuur willen opzetten.

Heel belangrijk bijvoorbeeld bij het opzetten van zo’n luisterspreekuur is voorlichting over geestelijke zorg, een duidelijke route van doorverwijzen afspreken en de rol en verwachtingen goed afbakenen. Inmiddels zijn er ruim 200 PaTz-groepen in Nederland. De grootste moeilijkheid om effectief samen te werken is daarvoor voldoende tijd vinden, geven huisartsen en verpleegkundigen aan. ‘De werkdruk is en blijft hoog’, weet Schweitzer. Tegelijk bespaart een investering in een PaTz-groep op langere termijn juist tijd, benadrukt hij. ‘Door 6 keer per jaar een uur of anderhalf uur te overleggen voorkom je veel ellende voor patiënten en naasten.’

Schweitzer vergeet nooit de patiënt die was behandeld vanwege prostaatkanker en die er in zijn beleving weer gezond uitzag. ‘Ik zag hem toen hij net naar het strand was geweest, mooi bruin en hij leek opgewekt. Pas toen ik toevallig zijn vrouw sprak kwam ik erachter hoe enorm hij in de put zat. Zijn spirituele nood had ik volkomen gemist, dat maakt je bewust van het belang van vroegtijdig observeren. En om dat samen te doen, want alleen zie je veel minder dan samen.’